Wat heeft het gekost?


Wij ontvangen rijksmiddelen om de Participatiewet uit te voeren. Deze middelen bestaan uit het budget Uitkeringen Participatiewet, de Integratie-uitkering en middelen vanuit het Gemeentefonds. Vanuit de gemeenten ontvangen wij gelden voor de bijzondere bijstand, meedoen en bedrijfsvoering (organisatie). Tot slot maken wij gebruik van incidentele middelen, waaronder ESF-subsidies. Hier leest u wat het heeft gekost, inclusief een algemene toelichting, als het gaat om het totaal voor Werkplein Drentsche Aa over het jaar 2018.

Onderaan deze pagina vindt u deze informatie per gemeente. Als de individuele gemeente afwijkt van de algemene toelichting, dan geven wij dit daar aan. Ook vindt u onderaan deze pagina een printversie van deze financiële pagina.

Wat heeft het gekost?

Op totaalniveau valt de eigen bijdrage van de drie gemeenten € 1,7 miljoen hoger uit dan begroot, wat overeenkomt met de prognose van bestuursrapportage II. Deze verhoging van de bijdrage wordt bijna geheel veroorzaakt door het lagere budget op de Uitkeringen Participatiewet van de gemeente Assen. De oorzaken van deze afwijking waren technisch van aard en zijn eind 2017 middels een uitgebreide memo behandeld. Verder vallen de bedrijfsvoeringskosten hoger uit dan begroot en is er een lichte toename in de kosten voor bijzondere bijstand. Tot slot is er een voordeel ten opzichte van de begroting op de integratie-uitkering en het Bbz2004.

Integratie-uitkering  

Het budget voor de integratie-uitkering ontvangen wij via de gemeenten van het Rijk, nadat de gemeenten de kosten voor Alescon hierop in mindering hebben gebracht. Voor Aa en Hunze is de uitname € 90.000, voor Assen € 1.554.000 en voor Tynaarlo € 93.000.

In de prestatieovereenkomst is opgenomen dat de middelen die vanuit de integratie-uitkering beschikbaar zijn, budgettair-neutraal worden ingezet. Dit wil zeggen dat er in principe geen overschrijding van de middelen mag plaatsvinden. Doordat wij veel re-integratie activiteiten zelf uitvoeren weten wij de kosten laag te houden. Toch zien wij de uitgaven in met name de routes onderwijs en werknemer stijgen. Het budget op totaalniveau is dan ook bijna volledig besteed.

Prestatieafspraak 

Wij zorgen dat onze uitgaven binnen de door gemeenten beschikbaar gestelde middelen (integratie-uitkering) blijven. 

Bijzondere bijstand en meedoen   

De uitgaven voor bijzondere bijstand en meedoen vallen € 41.000 hoger uit dan begroot, wat een overschrijding is van 0,9%. Dit is een lagere overschrijding dan tijdens bestuursrapportage I en II was geprognosticeerd. Binnen de verschillende regelingen zijn er afwijkingen. De kosten voor bewindvoering en meedoen kinderen zorgen voor meer uitgaven dan begroot. Wel lijken de bewindvoeringskosten voor het eerst in jaren te zijn gestabiliseerd. Anderzijds is de stijging van de kosten aan de collectieve zorgverzekering en de individuele inkomenstoeslag niet zo hoog als verwacht, wat een voordeel betekent op de begroting. De uitgaven liggen grotendeels in lijn met die van 2017.

Besluit Bijstandsverlening Zelfstandigen (Bbz2004)    

De financieringssystematiek van het Bbz2004 is bijzonder. Een deel kan gedeclareerd worden bij het Rijk en een deel is een vast budget. Daarnaast heeft ook de Bbz2004-quote invloed op de budgettoekenning van het Rijk. Per saldo valt de eigen bijdrage van de drie gemeenten € 47.000 lager uit dan begroot. Het aantal ondernemers nam in 2017 toe (zie ook ons vorige jaarverslag). Tegelijkertijd merken wij dat door de huidige, bloeiende economie meer mensen in staat zijn om in hun eigen inkomen te voorzien, waardoor er een daling in de uitgaven Bbz2004 is ten opzichte van 2017.

Uitkeringen Participatiewet 

Afgezet tegen de begroting valt het definitief budget voor de Uitkeringen Participatiewet € 1,2 miljoen lager uit. Oorzaak hiervan is het fors lagere budget van de gemeente Assen, waarover wij eind 2017 via een uitgebreide memo een toelichting hebben gegeven. Ten opzichte van de voorlopige budgetten zijn de definitieve budgetten voor alle drie de gemeenten wél omhoog bijgesteld.

Anderzijds vallen de lasten Uitkeringen Participatiewet in totaal € 270.000 hoger uit, wat neerkomt op ongeveer 0,7% overschrijding van de begroting. Daar waar een lager aantal uitkeringen dan begroot zorgt voor een voordeel op de uitkeringslasten (€ -446.000), daar zorgt de toename van het gebruik van het instrument loonkostensubsidie voor hogere lasten. Tot slot is het bedrag aantal opgeboekte vorderingen (debiteuren) € 363.000 lager dan begroot (u leest hier meer over bij 'Debiteuren en incasso'). Ondanks dat dit een positieve ontwikkeling is, betekent het financieel een nadeel. Op totaalniveau zijn de lasten gelijk aan die van 2017.

Beschut werk & afspraakbanen

De uitgaven loonkostensubsidie Beschut Werk in 2018 bedragen € 244.000. Voor afspraakbanen is dit € 546.000 (in de tabel zitten beiden inbegrepen bij de post ‘Structurele loonkostensubsidie’). De begeleidingskosten worden betaald uit de integratie-uitkering en bedragen € 217.000 voor Beschut Werk en € 86.000 voor afspraakbanen .

Gemiddelde uitkeringsprijs

De gemiddelde uitkeringsprijs is hoger dan begroot. Dit heeft te maken met de landelijke stijging van de uitkeringsprijs, door bijstellingen van het loon- en prijspeil. Per gemeente zijn er verschillen, dat leest u terug in de overzichten per gemeente onderaan deze pagina. De gemiddelde uitkeringsprijs op totaalniveau van € 13.250 is flink lager dan de landelijke prijs van € 14.376. 

Besparing 

Wij besparen op de uitgaven voor uitkeringen. Dit doen wij door instroombeperking en uitstroombevordering, beiden inclusief handhaving. Voor instroombeperking geldt dat wij hier minder besparing realiseren dan vorig jaar, omdat afwijzingen en "buiten behandeling stellingen" vanuit het 'first time right' principe plaatsvinden. Deze worden nu ondervangen door preventieve activiteiten, nog betere voorlichting en onze veranderende dienstverlening zoals de nadruk op hulp bij naleving en de omgekeerde toets. Dit zorgt er voor dat minder mensen onnodig of onterecht een uitkering aanvragen. In totaal hebben wij € 3,8 miljoen bespaard door het voorkomen van een uitkering. 

Daarnaast besparen wij op de uitkeringslasten door uitstroombevordering. Ondanks het 'verzwaarde' cliëntenbestand, hebben wij € 7,1 miljoen weten te besparen door het realiseren van uitstroom uit de uitkering.

Debiteuren en incasso     

Het bedrag aan nieuw opgeboekte vorderingen is lager dan in 2017, en ook het aantal debiteuren is gedurende het jaar afgenomen. Dit komt doordat wij in hebben gezet op het voorkomen van het ontstaan van nieuwe terugvorderingen. Wij hebben onze werkwijze rondom de aanvraag van een uitkering veranderd. Hierbij worden voorlichtingen gegeven over de rechten en plichten van een uitkering en wordt meer aandacht besteed aan hulp bij naleving, met als doel (onbedoelde) fraude en de daarmee gepaard gaande terugvorderingen te voorkomen. Deze investering op preventie zorgt voor een verlaging van het aantal opgeboekte vorderingen. Dit heeft ook tot gevolg dat de debiteurenontvangsten in 2018, à € 1,14 miljoen, lager zijn dan het vorige jaar, aangezien nieuwe vorderingen een belangrijk deel van de debiteurenontvangsten vormen.

Bbz-quote

De Bbz-quote is het percentage dat gemeenten binnen moeten halen op in het verleden verleende Bbz kredieten aan ondernemers. Voor 2018 bedraagt dit percentage 91,4%, in 2017 was dit nog 77%. De ontvangstnorm wordt berekend over de gemiddelde lasten van het verstrekte bedrijfskapitaal in de individuele gemeente in de afgelopen vijf jaar. Gemeenten die meer ontvangsten realiseren dan de gestelde norm, mogen het meerdere houden. Als de ontvangsten minder dan de gestelde norm zijn, moeten de gemeenten het verschil zelf bijleggen. Het resultaat op de Bbz2004-quote bedraagt een bijbetaling van € 22.000.

Organisatie     

De bedrijfsvoeringskosten worden in 2018 volledig verdeeld via de vastgestelde verdeelsleutel. Voor 2018 betekent dit voor Aa en Hunze 12,71%, voor Assen 72,40% en voor Tynaarlo 14,88%.

In bestuursrapportages I en II van dit jaar hebben wij al een verwachte overschrijding van de gemeentelijke bijdrage aangegeven. Deze overschrijding is minder groot geworden dan geprognosticeerd en bedraagt € 289.000. Dit nadeel wordt veroorzaakt door € 404.000 hogere personeelslasten dan begroot. Daar tegenover staat een voordeel ten opzichte van de begroting à € 36.000 aan hogere externe financiering en € 79.000 minder kosten op de overige bedrijfsvoeringskosten.

De oorzaken van de hogere personeelslasten zijn als volgt:

Frictiekosten

In verband met de samenvoeging van Alescon-Noord binnen WPDA is bestuurlijk de afspraak gemaakt om geen vaste arbeidscontracten meer te vergeven. Bij elke openstaande vacature is eerst afstemming geweest met Alescon over de invulling hiervan. Daarna zijn de vacatures extern uitgezet. Echter, met de aantrekkende arbeidsmarkt hebben wij gemerkt dat wij, door het niet kunnen bieden van een perspectief, geen geschikte kandidaten hebben kunnen werven voor openstaande vacatures binnen WPDA. Hierdoor zijn wij genoodzaakt om personeel aan te trekken via detacheringsbureaus. De kosten hiervan zijn fors hoger in vergelijking met de kosten van personeel wat in dienst is van WPDA. In totaal hebben wij 4,56 fte aan vacatures ingevuld (met verschillenden looptijden en contracten). Deze vacatures zijn geweest op het gebied van inkomensconsulent, financiële administratie en uitkeringsadministratie. De extra kosten hiervan bedragen € 100.000.

Er zijn ook nog frictiekosten in verband met de oprichting van Werkplein Drentsche Aa (2016) voor boventallig personeel ten bedrage van € 100.000 (t/m 2021) en een afvloeiingsregeling van € 66.000,- (t/m 2019). Deze kosten zijn er ook in 2017 al geweest en zijn niet beïnvloedbaar.

De totale frictiekosten bedragen € 266.000.

Financieel stabiel

Wij hebben uitvoering gegeven aan de bestuurlijke wens om bij te dragen aan financiële stabiliteit onder onze inwoners. Hiervoor hebben wij moeten investeren in de formatie die werkzaam is binnen de buurt- en sociale teams. Naast een kwalitatieve investering (opleidingen) heeft ook een kwantitatieve investering plaatsgevonden.

De kosten van deze investering zijn structureel en bedragen € 80.000.

Jobcoaching/Statushouders

Het aantal cliënten dat vanuit het doelgroepregister wordt begeleid is fors toegenomen. De begeleiding van de statushouders vergt extra inzet van onze coaches. Hiervoor hebben wij na het indienen van de begroting 2018 nog coaches aangetrokken.

De kosten van deze uitzetting bedragen € 111.000. 

Invoering AVG en Functionaris Gegevensbescherming

De invoering van de Algemene Verordening Gegevensbescherming is een onontkoombaar gegeven. De werkzaamheden hiervoor zijn de afgelopen maanden fors geweest en vragen een structurele inbedding binnen de organisatie. Enerzijds door de bewustwording en verdere implementatie binnen de organisatie vorm te geven en anderzijds door het verplicht moeten aanstellen van een Functionaris Gegevensbescherming die toezicht houdt op het naleven van de AVG.

De kosten hiervoor bedragen € 35.000.

Overig

We hebben in 2018 een aantal collega's moeten vervangen i.v.m. zwangerschapsverlof. Hiervoor wordt ook een vergoeding ontvangen vanuit het UWV echter stijgen de lasten ook.

De kosten bedragen € 50.000