Wat heeft het gekost?

Wij ontvangen rijksmiddelen om de Participatiewet uit te voeren. Deze middelen bestaan uit het budget Uitkeringen Participatiewet, de Integratie-uitkering en middelen vanuit het Gemeentefonds. Vanuit de gemeenten ontvangen wij middelen voor de bijzondere bijstand, meedoen en bedrijfsvoering (organisatie). Tot slot maken wij gebruik van incidentele middelen, waaronder ESF subsidies. Hier leest u wat het heeft gekost, inclusief algemene toelichting, als het gaat om het totaal voor Werkplein Drentsche Aa. 

Onderaan deze pagina vindt u deze informatie per gemeente. Als de individuele gemeente afwijkt van de algemene toelichting, dan geven wij dit daar aan.  

Wat heeft het gekost?

Op totaalniveau valt de eigen bijdrage van de drie gemeenten 3,5 ton hoger uit dan begroot. Er is een voordeel ten opzichte van de begroting als het gaat om de eigen bijdrage van de drie gemeenten voor de Participatiewet uitkeringen en integratie-uitkering. Dit wordt teniet gedaan door het nadeel als het gaat om de bijzondere bijstand en het Bbz2004. Dit beeld hebben wij ook al geschetst in onze bestuursrapportage II. Dit geldt ook voor het onderdeel bedrijfsvoering omdat wij, zoals verwacht, de taakstelling niet kunnen realiseren. 

Integratie-uitkering  

Het budget voor de integratie-uitkering is het bedrag dat wij via de gemeenten ontvangen. Hierbij wordt rekening gehouden met de uitname voor de kosten Alescon Voor Aa en Hunze is de uitname € 90.000, voor Assen€ 1.554.000 en voor Tynaarlo 93.000. Op totaalniveau hebben wij het budget grotendeels besteed. 

Prestatieafspraak 

Wij zorgen dat onze uitgaven binnen de door gemeenten beschikbaar gestelde middelen (Integratie uitkering) blijven. 

Bijzondere bijstand en meedoen   

De uitgaven vallen voor alle drie de gemeenten fors hoger uit dan begroot. De stijging komt met name door de uitgaven voor de posten “kosten Bewindvoering” en “collectieve zorgverzekering”. Hoe dit komt, leest u hier. Bovendien waren de uitgaven in 2016 al hoger dan begroot voor 2017. Ook is in de begroting 2017 geen rekening gehouden met extra middelen vanuit het Rijk.

Er is door het Rijk landelijk structureel 90 miljoen euro extra beschikbaar gesteld voor gemeenten om armoede en schulden te bestrijden. Er zijn veel organisaties die zich, veelal met de inzet van vrijwilligers, inzetten voor mensen met financiële problemen. Ook is vanaf 2017 structureel landelijk 100 miljoen extra beschikbaar gesteld bedoeld voor voorzieningen in natura zodat het geld direct ten goede komt aan kinderen. Bijvoorbeeld een abonnement voor een sportclub, een fiets, schoolbenodigdheden of een verjaardagsfeestje. Gemeenten ontvangen de gelden jaarlijks. Dit wordt verdeeld naar rato van het aantal kinderen dat in een gezin met een laag inkomen opgroeit per gemeente. 

Besluit Bijstandsverlening Zelfstandigen (Bbz2004)    

De financieringssystematiek van het Bbz2004 is bijzonder. Een deel kan gedeclareerd worden bij het Rijk en een deel is een vast budget. Om het nog ingewikkelder te maken heeft de Bbz2004 quote ook invloed op de budgettoekenning van het Rijk. Per saldo neemt de eigen bijdrage van de drie gemeenten toe ten opzichte van de begroting. Dit is nadelig. In de bestuursrapportage II voorspelden wij dit al. In de route ondernemer hebben wij genoemd dat het aantal cliënten dat voor deze regeling in aanmerking komt toeneemt. Dit verklaart ook de stijging van de uitgaven.

Uitkeringen Participatiewet 

Het (definitieve) budget voor de uitkeringen Participatiewet is hoger uitgevallen dan begroot. Dat is een meevaller. Anderzijds vallen ook de lasten hoger uit dan begroot. Deze stijging wordt veroorzaakt door een toename van de uitkeringslasten, maar ook door een toename van verstrekte loonkostensubsidies. Tot slot neemt het aantal debiteuren af ten opzichte van de begroting. Dat is natuurlijk een positieve ontwikkeling, maar brengt financieel een nadelig effect met zich mee. Per saldo is er een voordeel voor de gemeenten ten opzichte van de begroting. 

Beschut werk 

De uitgaven loonkostensubsidie Beschut Werk in 2017 bedragen € 147.000 (in de tabel zit dit inbegrepen bij de post ‘ Structurele loonkostensubsidie’). De begeleidingskosten worden betaald uit de integratie-uitkering en bedragen € 114.000.

Gemiddelde uitkeringsprijs

De gemiddelde uitkeringsprijs is hoger dan begroot. Dit heeft te maken met de landelijke stijging van de uitkeringsprijs en de samenstelling van het cliëntenbestand. Per gemeente zijn er verschillen en dat leest u terug in de overzichten per gemeente onderaan deze pagina. De gemiddelde uitkeringsprijs op totaalniveau is nog steeds lager dan de landelijke van € 14.180. 

Besparing 

Wij besparen op de uitgaven voor uitkeringen. Dit doen wij door instroombeperking en uitstroombevordering, beiden inclusief handhaving. Onze totale ambitie voor 2017 was een besparing van € 16 miljoen. Het resultaat is € 13 miljoen. 

Voor instroombeperking geldt dat wij onze ambitie niet halen omdat er minder afwijzingen en "buiten behandeling stellingen" vanuit het 'first time right' principe plaatsvinden. Deze worden nu ondervangen door preventieve activiteiten, nog betere voorlichting en onze veranderende dienstverlening zoals de nadruk op hulp bij naleving en de omgekeerde toets. Dit zorgt er voor dat minder mensen onnodig of onterecht een uitkering aanvragen. 

Voor uitstroombevordering geldt dat de lagere besparing samenhangt met de verzwaring van de doelgroep, waarbinnen het deel makkelijk te plaatsen afneemt (verzwaring doelgroep). Ook zorgen wij er voor dat wij kwetsbare jongeren al vroeg in beeld brengen en daardoor snel terug naar school geleiden. Het aantal dat na de wachttijd van vier weken niet verschijnt, neemt hierdoor af. 

Debiteuren en incasso     

De debiteurenontvangsten zijn nagenoeg gelijk aan vorig jaar (1,4 miljoen). Het aantal debiteuren is gedaald ten opzichte van 2016. Daar zijn wij tevreden over, omdat wij hiervoor ook investeringen hebben gepleegd zoals hulp bij naleving. De Bbz2004 quote resulteert nog wel in een bijbetaling voor de drie gemeenten, maar wel binnen onze eigen ambitie van € 100.000. 

Organisatie     

De bedrijfsvoeringskosten worden verdeeld via een nieuw vastgestelde verdeelsleutel. Voor 2017 is dit vastgesteld op 50% oude verdeelsystematiek en 50% nieuwe verdeelsystematiek. De verdeelsleutel voor 2017 ziet er als volgt uit:: Aa en Hunze 11,60%, Assen 75,03% en Tynaarlo 13,37%. In onze begroting 2017 zijn wij uitgegaan van het toen nog geldende verdeelsleutel. De gewijzigde percentages, die nu gelden voor de verdeling van de realisatiecijfers, zorgen voor een hogere bijdrage van Aa en Hunze en Tynaarlo en een lagere bijdrage voor Assen. 

Daarnaast is in de begroting 2017 een besparing opgenomen van € 400.000 in verband met de nieuwe uitvoeringsorganisatie (schaalvoordelen) die zou ontstaan door de fusie van Werkplein Drentsche Aa en Alescon. Wij hebben bij het vaststellen van de begroting 2017 in het bestuur de verwachting uitgesproken dat wij deze besparing niet gaan realiseren nu de samenvoeging van beide partijen niet tot stand is gekomen. Het uitblijven van de samenvoeging heeft geen effect gehad op onze opdracht. Per saldo is sprake van een verhoging van de eigen bijdrage voor de drie gemeenten ten opzichte van de begroting.

Incidentele lasten organisatie

  • De implementatiekosten van de nieuwe uitvoeringsorganisatie zijn hoger dan begroot. Dit zijn kosten die gemaakt zijn vanwege de verbouwing, de nieuwe huisstijl en de verschillende openingen. De overschrijding ten opzichte van de begroting komt uit op € 100.000.

  • Vanuit de nieuwe afgesloten dienstverleningsovereenkomst (DVO) zijn ook extra kosten ontstaan. Dit gaat om kosten van soft tokens, desinvesteringen desktop, telefoons, toetsenborden, muizen, toegangspassen en wifi hotspots voor totaal € 54.673. 

  • Daarnaast heeft een narekening en nafacturering van de klantcontactcentrum-uren plaatsgevonden, waardoor de kosten voor het DVO met € 77.000 zijn toegenomen. De doorrekening van de kosten van het KCC zal in 2018 worden herzien.

Structurele lasten organisatie

  • De huren van de Vind- en Verbind Plaatsen (VVP) waren ten tijde van de begroting niet voorzien. Dit brengt een verhoging ten opzichte van de begroting met zich mee van € 60.000.

  • Daarnaast leefden wij in de veronderstelling dat wij in het kader van de DVO geen btw hoefden te betalen en daarom is de btw niet begroot. Lopende het jaar is ons gebleken dat wij wel btw verschuldigd zijn, wat neerkomt op een verhoging ten opzichte van de begroting van € 150.000.

Incidentele lasten personeel

  • Verder hadden wij extra personeel nodig door de uitgestelde fusie en de verhoogde instroom van statushouders in de vorm van (job)coaches en accountmanagers. Ondanks dat dit in 2016 heeft plaatsgevonden werken de kosten hiervan ook in 2017 e.v. door. Deze kosten bedragen € 195.000.

Structurele lasten personeel

  • Wij hebben frictiekosten voor boventallig personeel  ten bedrage van € 100.000 (t/m 2021) in verband met de oprichting van Werkplein Drentsche Aa en een afvloeiingsregeling van € 66.000 (t/m 2019).

Incidenteel voordeel

  • Wij hebben meer externe financiering (ESF) binnen gehaald dan begroot. Verder hebben wij een voordelige balansboeking van de reservering vakantiegeld 2016. Deze kosten vallen ten laste van 2016 ondanks dat de uitgaven hiervan in 2017 hebben plaatsgevonden.